Draagsystemen

Beschrijving:

Categorie:
Waarom dragen?

De wereld wordt steeds kleiner. Daarom zijn er, net als met voeding, ook verschillende draagmethoden overgewaaid vanuit andere culturen. Het kan erg moeilijk zijn om een keuze te maken in het uitgebreide assortiment. Hieronder een overzicht van de meest courante dragers met een extra woordje uitleg.

De elastische of rekbare draagdoek is ondertussen welbekend en in menig babyspeciaalzaak te vinden.

DE REKBARE DRAAGDOEKDe rekbare doek kan gebruikt worden vanaf dag één tot ongeveer 8 à 9 kg.
De enige correcte houding met deze drager, is rechtop in kikkerhouding (of buik tegen buik), bij voorkeur met de beentjes buiten de doek.
De doekbanen zijn steeds gespreid van knie tot knie en van schouder tot schouder. Wees er ook bewust van dat het neusje van jouw baby vrij is, zodat het makkelijk kan ademhalen.
Het grote voordeel van deze drager is dat je hem op voorhand al kan knopen en dat hij makkelijk te verkrijgen is in de reguliere babywinkels.

 

De geweven draagdoek is de meest veelzijdige.

Het grote voordeel van deze drager is dat je hem kan gebruiken vanaf dag één tot ver in de peutertijd.
Geweven draagdoeken zijn er in verschillende soorten, kleuren, materialen en maten. Tot confectiemaat 42-44 heb je in principe genoeg aan een doek van ongeveer 4,60m, ook wel een maat 6 genoemd.

DE GEWEVEN DRAAGDOEKDe meest bekende en vaakst gebruikte buikknoop is wel de “wikkelgekruiste draagwijze”, ook wel de “front wrap cross carry” of kortweg FWCC genoemd.
Een beginnend rugdrager oefent best eerst de “rugzak”, ook wel “rucksack” of “ruck” genoemd. Deze basisknoop kan al voor hele kleine kindjes worden gebruikt, omdat ze goed in de nek worden ondersteund (al dan niet met nekrolletje) en hoog op de rug worden gedragen. Voor oudere kinderen die al veel zelf stappen is het een snelle knoop die niet veel stof vereist (en dus met een kortere doek kan worden geknoopt).
Met de “back wrap cross carry” draag je lager op de rug, en is daarom pas geschikt voor iets oudere kindjes.
Er zijn nog tal van andere knoopmethoden (zoals de “double hammock” of de “secure high back carry”). Samen met een consulente kun je uitzoeken welke knoop het beste bij jou en je kindje past.

De ringsling

DE RINGSLING

Een ringsling is minder geschikt om te gebruiken voor lange afstanden, omdat je asymmetrisch draagt. Het gewicht van je kindje rust op één schouder, wat belastend kan zijn voor de nek.
Deze drager is uiterst geschikt voor snel in of uit en voor peuters die niet lang meer gedragen willen worden en die moe zijn na het stappen.

De ring sling is een korte draagdoek met aan het uiteinde twee ringen. Deze drager kan gemaakt zijn uit katoen of draagdoekenstof. Deze drager kan gebruikt worden vanaf de eerste week na de geboorte. Hier geldt ook weer, dat je een doekje kan rollen ter hoogte van de nek voor extra steun.

 

De aziatische drager, of mei tai 

In veel gevallen wordt deze aangeraden voor kindjes die al groter zijn. Er bestaan ook modellen die geschikt zijn voor kleine babies (zoals de Hoptye of Didytai). Je dient er in dat geval op te letten dat het zitje versmald kan worden, om overspreiding te voorkomen.
Mei tai bestaan in allerlei vormen en modellen, en zijn voor een handige mama gemakkelijk zelf te maken.

De soft structured carrier

Wat voorgevormde dragers betreft, heb je oneindig veel keuze. Je hebt dragers, waar je nog een beetje knoopwerk hebt, maar ook dragers die enkel werken met gespen. Welke je kiest, hangt af van je eigen voorkeur. Niet alle voorgevormde dragers zijn geschikt voor kleine babies. De Storchenwiege Carrier of Bondolino zijn fijne dragers die al heel snel kunnen worden gebruikt. Sommige gespendragers, zoals Manduca, beschikken over een baby-insert die in de eerste maanden kan worden gebruikt. Hou er rekening met een overbrugggingsperiode wanneer je kindje zo’n 3 tot 6 maanden oud is. Hij/zij is dan te groot geworden voor de insert, maar nog te klein is om zo in de drager te zitten.